Christelijk Gymnasium Sorghvliet | Op Sorghvliet gebeurt meer Christelijk Gymnasium Sorghvliet Illustratie

NK Debatteren 2018


Zaterdag 17 november jl. deed een team van Sorghvliet mee aan de voorronde van het Nederlands Kampioenschap Debatteren, op het Gymnasium Camphusianum in Gorinchem. Terwijl de meeste Sorghvlieters waarschijnlijk nog op één oor lagen bij te komen van het Lustrumschoolfeest of van de overwinning van Oranje op de wereldkampioen, reisde het Sorghvlietteam dat bestond uit Alexander de Ranitz, Jildau van Bommel, Eveline van Holk, Emiliya van Schilfgaarde en  Elisabetta Foglia (als leerling jury-lid) vroeg in de ochtend af naar het zuiden. Op station Dordrecht moest worden overgestapt op een boemeltje van Arriva, dat Gorinchem als eindbestemming had. Onderweg passeerden we veel weilanden met koeien, wat leidde tot een discussie over de vraag of het wel of niet leuk zou zijn om te wonen op het platteland en dat direct sketches in herinnering bracht van Zaai (‘Postbode Siemen! Wij vervelen ons! Dus jij moet wat verzinnen!).

Voor een team met weinig debatervaring en dat ook nog eens weinig had kunnen trainen, was het vooraf al duidelijk dat meedoen belangrijker zou zijn dan winnen. Dat laatste lukte dan ook niet, maar dat had bij twee van de drie debatten ook te maken met de – niet altijd te volgen – voorkeuren van de jury. Bij het eerste debat moest het Sorghvlietteam de stelling aanvallen dat alcoholproducten twee keer zo duur moeten worden. Die maatregel kunnen fabrikanten toch heel gemakkelijk omzeilen door gewoon een nieuw product op de markt te brengen, brachten de Sorghvlieters in. Immers, iets wat eerst nog niet bestond, kan helemaal niet in prijs worden verdubbeld. Uiteraard waren de voorstanders niet onder de indruk en meenden dat die verdubbeling heel eenvoudig zou bestaan uit een accijnsverhoging op de prijs waarvoor de fabrikant het wil gaan verkopen. De Sorghvlieters meenden dat fabrikanten dan vooraf bewust voor een lagere prijs konden kiezen. Sorghvliet won het eerste debat op ‘argumentatie’, maar verloor op ‘presentatie’ en daarmee het hele debat. Toch wel opmerkelijk, want gaat het bij debatteren dan niet in de eerste plaats om argumentatie?

De tweede ronde moest ‘Team Sorghvliet’ de stelling verdedigen dat Nederland de verantwoordelijkheid heeft om gelijke rechten voor LHBTI’s in andere landen te bevorderen. Dat deed het door onder andere te wijzen op onze positie als ervaringsdeskundige als eerste land dat het homohuwelijk mogelijk maakte. Bovendien heeft Nederland allerlei mensenrechtenverdragen ondertekend die het verplichten om zich in te zetten voor homorechten in de wereld. En dan was er nog het morele argument dat het toch niet acceptabel is als bijvoorbeeld in bepaalde landen mensen worden vermoord vanwege hun seksuele geaardheid. De tegenstanders meenden echter dat uit dit alles niet bleek dat Nederland de verantwoordelijkheid had om dit te doen, ook al wezen de Sorghvlieters er op dat Nederland dit niet alleen deed en moest doen, maar dat die verantwoordelijkheid ook gold voor tal van andere landen die bindende mensenrechtenverdragen hadden getekend. De jury bleek het echter volkomen eens te zijn met de tegenstanders. Daarbij bleek ze het begrip ‘verantwoordelijkheid’ te interpreteren als een zuiver moreel begrip, niet, zoals de Sorghvlieters hadden gedaan, als een term die (ook) verwijst naar een juridische verplichting of een taak die je moet vervullen, bijvoorbeeld omdat je je daartoe hebt verplicht op grond van verdragen die je hebt ondertekend. De jury zag het echter als een ‘waardenstelling’ en dus moest worden uitgelegd waarom deze ‘waarde’ dan geldig of belangrijk was. De vraag is echter of het onderscheid tussen ‘waardenstellingen’ en ‘beleidsstellingen’ wel (altijd) zo scherp te trekken is, als het Debatinstituut meent – beleidsstellingen worden toch altijd geïnterpreteerd vanuit bepaalde waarden – en of hier wel uit de stelling was af te leiden dat hier ‘verantwoordelijkheid’ in morele zin werd bedoeld.

Een van de onbetwistbare regels van ieder debat is echter: de jury heeft altijd gelijk, ook al heeft ze ongelijk. Ons team kon zich slechts troosten met die andere gouden debatregel: je kunt beter een goed debat verliezen, dan een slecht debat winnen. Wat ons team ook nog als advies mocht meenemen aan het einde van deze dag: kijk altijd de jury aan als je praat; maak oogcontact. Je kunt daar dus ook een debat op verliezen. Waarvan akte, geachte jury.

Bekijk een paar foto's van deze debatwedstrijd.


© 2019 Gymnasium Sorghvliet

Tech qabana